05 mei 2018

Craig Taborn Quartet (Warande Kuub - 04.05.2018)

De Amerikaanse jazz-pianist Craig Taborn (°1970) is een kunstenaar die begiftigd is met een uitzonderlijke hoeveelheid muzikale visie. Dat bewees hij vorig jaar ten overvloede tijdens een verbluffend solo-concert in De Singer. Toen beperkte hij zich qua instrumentarium tot de klassieke piano om daarop zijn gave tot prikkelende improvisaties te laten botvieren. Maar de man is er absoluut niet vies van om een portie elektronica in zijn muziek te laten doorsijpelen of om samen te werken met andere artiesten die zich op dat front profileren. Zo verscheen vorig jaar nog op het Tzadik-label van John Zorn het album "Highsmith", een samenwerking tussen Taborn en de Japanse experimentele elektro-componiste Ikue Mori.

En ook in het laatste album van zijn kwartet (het alom bejubelde "Daylight Ghosts", ECM, 2016) zijn subtiele laagjes elektronica te horen. Het is uit dat album dat Taborn vanavond putte tijdens een boeiend concert, waarin er een opvallende rol was weggelegd voor elektronische invloeden. Tijdens het zeer lang uitgesponnen openingsnummer (een bewerking van "Abandoned Reminder", vermoed ik) friemelde Taborn flink aan allerlei knoppen en toetsen op zijn elektrisch orgel en synthesizer om verschillende loops in gang te krijgen. En ook drummer Dave King (die we hier een paar maanden geleden nog aan het werk zagen bij The Bad Plus) beroerde tijdens dit lange openingsdebat uitvoerig de elektronische drumkit. In het begin van het concert bleek het nogal moeilijk om de geluidsmix goed te krijgen, want de drumkit was een tikje té volumineus en overstemde de andere bandleden. Dit euvel verbeterde gelukkig wel tijdens de duur van het concert.

En zo was dit eerste nummer - een fikse brok van een klein half uur - een perfecte staalkaart van dit kwartet : met enerzijds respect voor jazztradities, maar anderzijds gedurfd de grenzen aftastend van wat er mogelijk is met een 'klassiek' jazz-instrumentarium (piano/bas/drum/sax). Gevoed met toefjes elektronica, gelardeerd met gewaagde tempo-wisselingen en vooral steeds een coherent geluid uitademend waarbij het geheel steeds primeerde op de delen, is dit de jazz van de toekomst. De heerlijke sax van Chris Speed roept steeds op één of andere manier connotaties op van grootstedelijke tristesse, terwijl bassist Chris Lightcap vooral in de tweede helft van het concert zijn kunnen kon etaleren (zowel op contrabas als op elektrische bas), daar waar hij in de eerste helft een beetje werd ondergesneeuwd door Dave King.

En Taborn zelf ? In de bescheidenheid erkent men de meester. Zijn subtiele toetsaanslagen vervulden vaak een dienende en sturende rol voor het geheel, terwijl het voor zo'n kanjer nochtans gemakkelijk én verleidelijk moet zijn om constant zelf te schitteren. Maar het draaide hier niet om solo-uitstapjes, maar wel om een collectieve sfeer. Maar bij tijd en wijlen mocht hij natuurlijk wél schitteren, bij uitstek in één van de absolute hoogtepunten van het concert : het bezwerende "Ancient", dat gaandeweg uitmondde in een onvermijdelijk en onweerstaanbaar hoogtepunt op het ritme van de meedogenloze staccato-aanslagen van Taborn.

Een heerlijk concert dus. Met als enige kanttekeningen de ietwat gebrekkige geluidsmix aan het begin van het concert én de locatie : de Kuub werkt m.i. niet echt als jazzclub. Iets wat ook Taborn opviel, toen bij het begin van het concert een doodse stilte zich meester maakte van de Kuub, nadat het kil klinkende verwelkomingsapplaus was verstomd : "Ooh, this is a very stoic, sombre mood." Gelukkig liet hij het niet aan zijn hart komen en maakte hij er een fijn concert van, dat echter fijner had kunnen zijn in een andere locatie, zoals pakweg De Singer.

02 mei 2018

Amenra (Vera Groningen - 01.05.2018)

Zou het niet geweldig zijn als een rouwproces propertjes afgewikkeld zou kunnen worden als ware het een vervelende taak ? Zoals het betalen van een rekening of het dweilen van een vloer bijvoorbeeld. De rekening wordt betaald en daarmee is de schuld vereffend, totdat vroeg of laat een nieuwe rekening in de bus belandt. De vloer wordt gedweild en blinkt weer als tevoren, totdat er weer vuile voeten over paraderen. Maar met rouwen is het helaas net een tikje anders : hoeveel stukjes van de rekening je ook betaald hebt, er lijkt altijd een saldo te blijven openstaan. Hoe hard je ook schrobt aan de vloer, er verschijnen nog altijd vuile strepen en vlekken. En het ergste eraan : je weet nooit wanneer de schuld helemaal afbetaald zal zijn, wanneer de vloer eindelijk volledig proper zal zijn. Maar je moet vooruit : stukje bij beetje blijven afbetalen, stukje bij beetje blijven dweilen.

In ons rouwproces was het concert van Amenra in de Groningse concertclub Vera een belangrijke stap. Een concert dat ik normaal gesproken zou bijwonen met een héél speciale dame, die er nu niet meer is. Een concert dat ik nu bijwoonde met een andere - ook héél speciale - persoon, eveneens diep geraakt door het recente afscheid. Voeg daarbij de factor dat Amenra-concerten altijd extreem intensief van aard zijn én dat de muziek van Amenra een constante was in de soundtrack van de laatste weken en dagen van Christel, en dan is de optelsom gauw gemaakt : dit zou een emotionele avond worden.

We waagden het erop om frontman Colin Van Eeckhout op voorhand op de hoogte te brengen van wat dit concert voor ons zou betekenen. Hij was zo vriendelijk om ons onmiddellijk van antwoord te dienen en sterkte toe te wensen, maar diende helaas ook mee te delen dat het aangrijpende "A Solitary Reign" (waarmee de emotionele afscheidsdienst voor Christel werd besloten) geen deel zou uitmaken van de setlist. "Ik kan het technisch niet klaarspelen het live goed genoeg te zingen. En we zoeken hard naar een oplossing." De oplossing bestond er niet in om "A Solitary Reign" alsnog gespeeld te krijgen (want dat nummer passeerde vanavond niet de revue). Misschien beeldde ik het me in, maar het leek alsof Colin wél een oplossing vond in de wijze waarop hijzelf het concert benaderde : normaal gesproken staat hij een gans optreden met zijn rug naar het publiek (aanvankelijk met bedekt bovenlijf en op het einde met de imposante rug-tattoo ontbloot). Je moet zijn gezicht eigenlijk ook niet zien om te weten hoe diep Van Eeckhout graaft tijdens een Amenra-concert. Maar vandaag toonde hij op een handvol spaarzame momenten - al krijsend en zingend - wél onverwacht zijn gelaat, alsof hij doelbewust die twee rouwende Belgen - helemaal afgereisd naar het verre Friesland - in de ogen wou kijken. Op die momenten balden mijn vuisten zich en werd het me bijna te machtig, alsof ik daadwerkelijk gedwongen werd om de confrontatie met het afscheid aan te gaan. Een bijna religieuze ervaring, met Van Eeckhout als exorcerende hogepriester. Er bestaat niet echt een passend adjectief voor zo'n avond. Verder dan "onvergetelijk" en "memorabel" kom ik niet.

De grote rouw-rekening is nog verre van afbetaald, maar we losten vandaag een flink deel van de schuld in. Die smerige vloer is nog bijlange niet proper gepoetst, maar hier en daar blinkt er al een tegel.

(poster door Jelle van Gosliga)

28 april 2018

Cult!Live : Raketkanon Plays Oldboy / Mooov (UGC Turnhout - 27.03.2018)

Live gespeelde soundtracks bij filmvertoningen zijn een heikele evenwichtsoefening : enerzijds is het bedoeling dat de film niet overschaduwd en overdonderd wordt maar integendeel verrijkt wordt door de nieuwe soundtrack, maar anderzijds mag die nieuwe muziek niet verzanden in een zoutloos en overbodig muzak-behang, waarbij je als toeschouwer alras verlangt naar de originele soundtrack.

Bij oude zwart/wit-films is die begeleiding relatief eenvoudig. Op piano wordt ter plaatse een soundtrack geïmproviseerd (zoals ik eens een paar keer heb meegemaakt in Cinema Zuid en zelfs nog in de ter ziele gegane lokale cinema-tempel 'The Movie' als begeleiding bij "The General" van Buster Keaton). Iets complexer wordt het wanneer een 'talkie' muzikaal begeleid moet worden. Het gaat nog wanneer dat een gedateerde en compleet onbekende cultfilm is waarbij de score volledig opnieuw uitgevonden moet worden (zoals toen Dead Man Ray nieuwe muziek maakte bij een bizarre Bobbejaan Schoepen-film).

Het initiatief "Cult!Live" gaat nog een stapje verder : een Belgische en artistiek uitdagende band wordt verzocht om een nieuwe soundtrack te componeren bij een recente cultfilm. Voor de eerste editie verzorgde Illuminine de muziek bij de Georgische film 'Corn Island'. De Iraanse vampieren-western 'A Girl Walks Home Alone at Night' kreeg in de tweede editie een muzikale remake door The Black Heart Rebellion. En in de derde editie tekent de geweldige Gentse noiserock-band Raketkanon voor de muzikale begeleiding van de Zuid-Koreaanse cult-klassieker 'Oldboy', de tweede en meest bekende film in de wraaktrilogie van Park Chan-Wook.

De bijdrage van Raketkanon was een schot in de roos. Op eerder rustige momenten wist de band op subtiele wijze de gevoelens van wanhoop en Unheimlichtkeit van het hoofdpersonage te accentueren, terwijl op de 'brute' momenten de vuurkracht van het Kanon naadloos aansloot bij de visuele violence-flair van de regisseur. En vooral in één van dé sleutel-scenes van de film (een op meerdere vlakken pijnlijke vrij-partij) was de ruwe power van de muziek onverwacht maar perfect gepast.

Fijn initiatief en nu al benieuwd naar de match van volgend jaar.

22 april 2018

Ralph van Raat : études van Ligeti (deSingel - 21.04.2018)

De Nederlandse pianist Ralph van Raat (°1978) nam vanavond plaats achter het pianoklavier voor wat als een herculische taak omschreven kan worden : het integraal uitvoeren van de 18 études voor piano, tussen 1985 en 2001 gecomponeerd door de Hongaars-Oostenrijkse componist György Ligeti (1923-2006). Het geheel van deze studies wordt beschouwd als een hoogtepunt uit de hedendaagse klassieke muziek van de twintigste eeuw. De studies zetten enerzijds de traditie voort van eerdere gelijkaardige piano-studies van toonaangevende figuren à la Chopin en Liszt, maar putten anderzijds ook uit de avant garde van de tweede helft van de twintigste eeuw. En zo etaleren deze études een zeer complexe inhoudelijke variëteit en vergen ze van de pianist het uiterste, zowel technisch als mentaal (zoals de Nederlander uitlegt in dit interview).

Voor de technische kant van deze études verwijs ik graag naar vakliteratuur en naar echte kenners. Al zou mijn leven ervan afhangen, ik herken geen enkele noot op een notenbalk en weet zelfs niet het simpelste akkoord uit mijn vingers te schudden. Dus alle technische finesses en uitdagingen die bij het spelen van deze études komen kijken, gingen aan mij volledig voorbij. Dit gezegd zijnde was het ook voor een amateur-liefhebber als mezelf - vanaf de eerste noot van de chaotische eerste étude 'Désordre' - meteen duidelijk dat je uit uitstekend piano-hout gesneden moet zijn om deze études integraal op één avond te kunnen spelen. Want bovenop het feit dat je technisch zeer onderlegd moet zijn, moet je ook nog eens vlot kunnen laveren tussen de compleet verschillende stijlen en emoties van al deze werkstukjes en moet je dus in je hoofd telkens weer de knop omdraaien naar een volledig andere mind-set.

Ik kan niet anders dan ootmoedig het hoofd buigen voor wat Ralph van Raat vanavond presteerde. Voor een ongeschoolde toeschouwer zoals mezelf was dit alles zelfs misschien een beetje van het goede teveel. Ter voorbereiding van dit concert had ik af en toe mondjesmaat naar een paar Ligeti-études geluisterd. En zo degusteer ik ze ook nu nog het liefst en komen de 'smaken' het best tot hun recht. Door ze allemaal kort achter elkaar als één gerecht te serveren, voelde ik me op een duur een beetje oververzadigd en moest ik de laatste paar études wegkauwen als waren het de Pythoneske 'wafer-thin mints' die Mr. Creosote deden exploderen. Maar dat kan natuurlijk niet aan de briljante Nederlandse pianist aangewreven worden, die bij wijze van bis-nummer (wellicht in Belgische première) "L'arrache-coeur" bracht, een compositie die Ligeti aanvankelijk als étude n° 11 had opgevat maar die hij uit de uiteindelijke verzameling weerde wegens "te kinderachtig" (dixit van Raat). Kinderachtig was de prestatie van Ralph van Raat vanavond echter allerminst.

30 maart 2018

Parsifal (Opera Antwerpen - 29.03.2018)

Parsifal, het muzikale testament van Richard Wagner (1813-1993), voor het eerst opgevoerd in 1882 in Bayreuth en in die plaats gedurende een paar decennia verankerd (behoudens een paar uitzonderingen) tot aan de opheffing van de exclusiviteit van de plaats van opvoering in 1913.

Ik zou het uitgebreid kunnen hebben over de componist die door velen aanbeden en door anderen verguisd werd. Over wiens muzikale erfenis heel veel inkt gevloeid is. Over de wijze waarop hij christelijk symbolisme verweefde met Germaanse mythologie. Of ik zou een boompje kunnen opzetten over hoe er in Antwerpen vanaf 1914 een heuse traditie ontstond van Parsifal-opvoeringen en hoe de Antwerpenaren zich - in hun bekende bescheidenheid - als een "Bayreuth aan de Schelde" zagen.

En als dit een gewone blogpost was, zou ik het ook uitgebreider hebben over de Duitse regisseuse Tatjana Gürbaca (°1973), die in 2013 een eigenzinnige versie van 'Parsifal' op de planken bracht voor Opera Vlaanderen (waarvan deze 2018-versie een herneming is met een andere zang-cast), waarmee ze internationaal hoge ogen gooide. Ik zou kunnen melden dat de Amerikaanse tenor Erin Caves een paar kilo's zou mogen verliezen en niet meteen de meest charismatische Parsifal-verlosser was in deze productie. En ik zou besluiten dat deze opera een overweldigende ervaring was met een uiterst sobere maar prachtige en eigentijdse enscenering. En dat ik de schrikwekkende duurtijd van deze opera (bijna 5u 30min, inclusief 2 pauzes) wonderwel overleefde zonder doorzit-wonden.

Maar het noodlot heeft ervoor gezorgd dat vandaag voor altijd geboekstaafd zal staan als een donkere dag, waarbij al deze beschouwingen overschaduwd worden door een pijnlijk afscheid. En de wreedheid van dat noodlot - dat vermaledijde klote-noodlot - wint nog aan kracht, gelet op het feit dat de aard van het afscheid enerzijds en de thematiek van deze opera anderzijds onlosmakelijk verbonden lijken.

Want als je 'Parsifal' losweekt van de Christelijke symboliek en de mythologie van de Graalridders, dan blijft er in de kern een verhaal over van een zoektocht naar verlossing van eeuwigdurende pijn. Over een diepe wonde die zich maar niet wil sluiten. Over een eeuwig durende strijd tussen twee tegengestelde werelden (de wereld van het schone : die van de mooie en pure Graal-gemeenschap enerzijds en de wereld van het lage & lelijke : die van de afvallige en verstoten Klingsor anderzijds).

Op het ogenblik dat de 'reine dwaas' Parsifal vanavond de wonde van de - door de Heilige Speer geraakte - Graalkoning Amfortas sloot en voor verlossing zorgde van diens langdurende pijnen, stapte een wonderschone en wonderlijke dame uit het leven. Een dame wiens ziel gekerfd was door God-weet-welke speer. Een dame die uiteindelijk besloot dat er maar één methode van verlossing mogelijk was. Een dame voor wie ik zo graag de verlossende Parsifal was geweest. Haar libretto eindigde vroegtijdig op de voorlaatste bladzijde met "Wer will mich zwingen zu leben ? Könnt ihr doch Tod mir nur geben ?" Ze besloot om de laatste pagina en het antwoord op die vraag niet af te wachten. Niets zal ooit nog hetzelfde zijn. Moge haar wonde voor altijd gesloten zijn.

25 maart 2018

Collegium Vocale Gent : Johannes-Passion (deSingel - 24.03.2018)

Van een braaf jongetje dat gedwee zijn catechismus-opdrachten vervulde, naar een misdienaar die zich van zijn taak kweet uit materialistische motieven (gratis paaseieren en jetons voor de botsauto's), naar een recalcitrante student die zich afzette tegen Kerkelijk gezag (middels aanstellerige brieven naar een met mijn ouders bevriende pater), naar een apathische agnosticus, om uit te monden in een overtuigd atheïst : zo laat zich grofweg geschetst mijn persoonlijk religieus parcours uittekenen.

Maar het eindstadium van dit parcours staat zeker niet het genieten van religieus geïnspireerde muziek in de weg. Integendeel zelfs : naarmate de jaren verstrijken, stel ik me meer en meer open voor dergelijke muziek, die zich reeds lang van een vorm van onsterfelijkheid heeft verzekerd. In de eerste plaats is een mens dan geneigd om terug te grijpen naar de Mattheüs-Passion van J.S. Bach. De schoonheid van het "Erbarme dich, mein Gott" of van "Wir setzen uns mit Tränen nieder" is van die aard dat een mens bijna opzettelijk op zoek zou gaan naar het geloof, alleen maar om een extra diepe laag van die muziek aan te kunnen boren.

Hoewel ik reeds talloze malen die briljante Mattheüs-Passion beluisterd heb (ook in compleet andere periodes dan de Paas-periode trouwens), is de Passie die ik voor het eerst live meemaak niet die geniale BWV 244-passie, maar wel die 'andere' passie : de BWV 245, de Johannes-Passion. In tegenstelling toch wat de BWV-nummering doet vermoeden, componeerde Bach de Johannes-Passion enkele jaren voorafgaand aan de Matteüs-Passion. De Johannes-Passion is een een wat meer ingetogen werk dan de illustere Mattheüs-opvolger en wordt er dan ook ten onrechte een beetje door overvleugeld.

Het Collegium Vocale Gent - onder leiding van artistiek directeur Philippe Herreweghe - geniet al jarenlang van wereldfaam en autoriteit op het vlak van interpretaties van barok-muziek, wat resulteert in een indrukwekkend palmares, zowel qua concerten als qua discografie. Met name de vertolkingen van de Bach-passies behoren tot het beste wat op dat vlak te beluisteren valt, als ik de kenners mag geloven. Herreweghe en zijn Collegium staan jaarlijks op de Paas-kalender van deSingel en zorgen telkenmale voor uitverkochte zalen.

De ingetogen en relatieve nuchter verhalende Johannes-Passion greep me vanaf de eerste noot bij het nekvel. Die zeer lang uitgesponnen openingsaria ("Herr, unser Herrscher") is een binnenkomer van heb-ik-me-jou-daar. En zo weet Bach de toehoorder onmiddellijk in een juiste staat van vervoering te brengen voor wat komen gaat : een bijna letterlijk vertaald relaas van het Passie-verhaal volgens het evangelie van Johannes, doorspekt met beschouwende aria's. Met glansprestaties van de Duitse tenor Maximilian Schmitt als de evangelist, van de Kroatische bas-bariton Krešimir Stražanac als Christus en van de geweldige Duitse sopraan Dorothee Mields als aria-soliste.

Minder groots opgezet dan zijn Matteüs-evenknie en met een relatief klein koor en kleine muzikale bezetting, voelde deze Johannes-Passion aan als een eerder bescheiden - maar daarom zeker niet minder intense - vorm van religieuze expressie. Dat dergelijke muziek ook bij atheïsten zoals mezelf een gevoelige snaar kan raken, kan geen verrassing heten. In jachtige tijden kan dergelijke muziek immers voor verstilling en introspectie zorgen. En daarvoor moet je helemaal niet geloven in rijstpap met gouden lepel.

17 maart 2018

Baloji (Cahier - 16.03.2018)

Na de gesmaakte passages van Baloji Tshiani op de Antilliaanse Feesten in de zomer van 2017 en op Crossing Border, vielen voor vanavond geen aardverschuivingen te verwachten : natuurlijk zou Baloji weer een enthousiaste en gedreven frontman zijn, die het publiek tegemoet zou treden met wijd opengesperde ogen en een prachtige glimlach vanonder zijn breed gerande hoed. Natuurlijk zou er ook weer een hoofdrol weggelegd zijn voor de geweldige Congolese gitarist Dizzy Mandjeku, in een ver verleden nog lid van de legendarische band Franco et Le Tout Puissant Orchestre Kinshasa. En natuurlijk zou het publiek in Cahier de Brouillon zich gewillig overgeven aan die heerlijke soukous-onderstroom, waarop het zo aangenaam dobberen is.

Maar bovenal was het uitkijken naar deze lastminute try-out, omdat deze plaatsvond pal voor de release van het derde solo-album van Baloji : "137 Avenue Kaniama". De eerste kans dus om kennis te maken met gloednieuw materiaal. Naar aanleiding van de release van dit nieuwe album, verschenen er in de pers meerdere interviews met de man, waarin hij uitgebreid vertelde over de ontstaansgeschiedenis van het album, over zijn eigen achtergrond & roots, over de unieke muzikale kruisbestuiving die hij uit die roots weet te distilleren.

Daags na het concert van vanavond verscheen zo'n interview in de cultuurbijlage van De Standaard. Een interessant interview, waarin Baloji zich etaleert als een intelligent man die echter nog vaak moet opboksen tegen hokjes-denken en vooroordelen. Een interview overigens waarmee Baloji zelf niet zeer opgezet was, omdat er onnodig aandacht werd besteed aan de Damso-hetze (de scheet in de fles waarbij de WK-hymne werd afgevoerd, waarna her en der werd geopperd dat Baloji een waardige vervanger voor de gewraakte rapper zou zijn). Baloji hierover op een fb-post : "Weird press is when u specifically ask a journalist to not talk about Damso ( he tried\insist for 10 min) and not highlighting others artists for wrong reasons while there is so many others subjects to talk about than the usual cliches."

Het concert zelf ? Helemaal in de lijn van AFO en Crossing Border. Onweerstaanbare soukous-ritmes, vinnige nieuwe songs zoals "Bipolaire" en "L'Hiver Indien", een lang uitgesponnen en zwoel-ingetogen ode aan de vrouwelijke sekse ("Peau de chagrin - Bleu de nuit"). Papa Dizzy gooide zijn gitaar nog eens in zijn nek en liet zijn onvergetelijke schoenen opblinken door enkele leden uit het publiek. Maar dit concert was meer dan Afrikaanse schwung door de ogen van een Belgo-Congolees. Het concert toonde vooral aan dat het nieuwe album - een soort van magnum opus met enkele zeer lange nummers - meerdere aandachtige luisterbeurten verdient om de vele lagen ervan af te pellen, dat het meer is dan een beproefde soukous-schotel met Westerse dipsaus. Baloji is een super-talent om te koesteren, maar precies toch nog altijd een beetje sant in eigen land. Hoe anders de ietwat magere opkomst te verklaren, ondanks de belachelijk lage inkomprijs ?

15 maart 2018

This Kind of Bird Flies Backwards (Kunstencentrum Nona - 14.03.2018)

























Evenwicht. Alles in het leven draait om evenwicht en balans. En vooral hoe om te gaan met de onvermijdelijke momenten waarop dat precaire evenwicht in het gevaar komt, waarop we wankelen op de evenwichtsbalk die 'leven' heet. Hoe reageren we op momenten van uitzinnige vreugde of van gitzwart verdriet ? Hoe zorgen we ervoor dat we geen panische angst ontwikkelen voor balans-verstorende elementen in ons leven en dat we ons daardoor afsluiten van échte emoties ? Hoe gaan we om met dergelijke kantelpunten in ons leven ? Hoe houden we ons recht op die evenwichtsbalk zonder er stokstijf op stil te blijven staan ? Het zijn deze overwegingen die de Poolse danseres Natalia Pieczuro verwerkte in haar eerste solo-performance.

We hadden het geluk de première van deze voorstelling te kunnen bijwonen in het Mechelse Kunstencentrum Nona. Pieczuro danst in een schaars verlichte ruimte temidden van een cirkel, die gevormd wordt door uitgestrooide korrels (zand ? suiker ?) en beperkt zich in het begin van de voorstelling vooral tot grondbewegingen. Door het contrast tussen donkere kledij, donkere haren en belichte naakte benen, lijken de onderbenen tijdens deze openingsdebatten wel twee aparte en ongemakkelijk dansende entiteiten die willen ontsnappen maar die niet goed weten waar naartoe. Doordat de niveauverschillen op de kleine tribune in Nona echter nogal klein zijn, was het jammer genoeg niet altijd eenvoudig om een goed zicht te krijgen op deze doorwrochte kronkelingen.

Naarmate de performance vordert, wordt de cirkel eerst voorzichtig afgetast en met de voeten doorwoeld. Gehurkt als een kwetsbaar vogeltje knabbelt Pieczuro - na rondgang van de cirkel - van de korrelige substantie. Het is één van de weinige momenten van stilte, want gedurende de rest van de performance wordt de harde soundtrack live verzorgd door Colin H. Van Eeckhout, diens Amenra-collega gitarist Mathieu Vandekerckhove en Regression-drummer Bjørn Lescouhier. Meestal is dit een harde postmetal-sound (zonder vocals), met CHVE op bas, af en toe laverend naar een meer drone-achtige soundscape, waarbij CHVE zijn geliefde draailier ter hand nam (zoals hij ook deed tijdens zijn gesmaakt solo-concert in een Tilburgs kerkje enkele jaren geleden).

De harde muziek past goed bij de getormenteerde performance van Pieczuro, zeker wanneer ze enkele rituele attributen hanteert, zoals een paar Nepalese kukri-hakmessen of zweep-achtige stukken leder. Uiteindelijk wordt de korrel-cirkel doorbroken en worden de korrels d.m.v. enkele ventilatoren in de richting van het publiek geblazen. Alsof eindelijk de gevangenis van de panische angst wordt afgeschud en er weer vrijuit op de evenwichtsbalk van het leven gedanst kan worden.

Een sterke performance dus, met wel de volgende kanttekeningen : enerzijds was het jammer dat veel aan het zicht van de toeschouwer werd onttrokken door de ietwat ongelukkige Nona-tribune. Anderzijds was de live-muziek - hoe sterk ook - misschien een tikje té overheersend, waardoor de muziek de dans dreigde te overschaduwen. Maar qua afleveren van adelbrieven kon dit wel tellen. En ik durf er dan ook wat van die cirkel-korrels op in te nemen dat de bijdrage van Pieczuro aan het nieuwe project van Voetvolk / Lisbeth Gruwez ("The Sea Within") even gedreven en intens zal zijn.



11 maart 2018

Steven Henry & Anneloes van Hout (Sint-Catharinakerk Eindhoven - 10.03.2018)

Wanneer in je stad of gemeente een mooie kerk staat die genoemd is naar een heilige Katharina of Catharina, dan kun je daar een poster-dame van maken die reclame maakt voor initiatieven van de plaatselijke middenstand (zoals met de Lange Katrien gebeurt in een Kempense aardbeienstad). Of je kunt het gebruiken als een mooi decor voor concerten, zoals in Eindhoven. Onder de noemer Muziek in de Cathrien wordt daar al jarenlang elke zaterdagmiddag een concert georganiseerd, dat tegen betaling van het vaste democratisch prijsje van 7 € bezocht kan worden. Fijn initiatief ! En dat het orgel in deze mooie kerk de naam "het grote Verschueren orgel" draagt, was een reden te meer om eens een keer zo'n concertje mee te pikken.

Vandaag zagen we een ongewone combinatie aan het werk : Steven Henry op basklarinet en Anneloes van Hout op klassieke gitaar. Er bestaan zo goed als geen composities die speciaal geschreven zijn voor een combinatie van deze twee instrumenten, zodat de twee musici aan de haal moesten gaan met arrangementen voor andere instrumenten. Zoals de minimalistische en rustig kabbelende compositie "Simple Lines", geschreven door de Amerikaanse componist van hedendaagse muziek Bill Ryan : normaal is dit een compositie voor meerdere cello-lijnen, maar Henry herwerkte het tot een mooi onthaastend solo-werk voor zijn basklarinet. Enkele van de lijnen speelde hij live, begeleid door enkele eerder opgenomen lijnen. Ook Annelies van Hout mocht even solo aan werk, middels een ingetogen bewerking van Prelude nr. 1 van de Braziliaanse componist Heitar Villa-Lobos. Een ander werk van deze Braziliaan (het emotionele "Bachianas Brasileiras nr. 5") werd door het duo samen uitgevoerd en dat gaf een fijn resultaat.

De combinatie van de twee instrumenten was echter niet altijd een succes. Vooral tijdens de afsluitende reeks korte bewerkingen van Romeense Volksdansen van Béla Bartók, leverde het samenspel niet het verhoopte speelse en volkse karakter op van de composities van de Hongaarse musicus. Het op de structuur van Indische raga's geïnspireerde werk "Cirex" van de Nederlandse componiste Annette Kruisbrink was oorspronkelijk geschreven voor gitaar en contrabas, dus de bewerking hiervan voor basklarinet en gitaar voelde iets natuurlijker aan, maar was ook niet over de hele lijn even sterk. Het publiek werd deze middag ook nog op een heuse wereldpremière getrakteerd : de nog zeer jonge componiste Loes Reiling schreef speciaal voor het duo het werk "Weightless", dat zich even licht liet beluisteren als de titel deed vermoeden.

Achteraf dronk ik een krankzinnig goed kopje koffie in het gezellige koffiebarretje van Stadsbranderij BeanBrothers (proef daar een doppio, gebrouwd van koffiebonen van de Nicaraguaanse koffieboer Don Rene Paguaga !) en at ik een overheerlijke veganistische maaltijd Bij Albrecht. Boeiende muziek op een mooie locatie, killer-koffie, lekker en verrassend eten, charmant gezelschap : voorwaar een fijne dag.

04 maart 2018

Kraak-festival (Beursschouwburg Brussel - 03.03.2018)

In tegenstelling tot de editie van vorig jaar - toen voor de pauze bijna uitsluitend aandacht werd besteed aan somtijds moeilijk te verstouwen performance art - ging Kraak dit jaar gelukkig opnieuw op zoek naar een meer muzikale onderbuik. Daarbij werd opvallend veel aan knoppen gefriemeld en op laptops getokkeld. Avant garde borrelt tegenwoordig vooral in electronica, zo lijkt het wel.

Zoals bij het trio SEF III, dat pruttelende geluidscollages weet te combineren met flarden poëzie en zelfs met een houterige bewegings-act. De Rotterdamse Marijn Verbiesen - artiestennaam Red Brut - was druk in de weer met allerlei cassettes (die één na één - na gebruik - op de grond werden gegooid) om daarmee een boeiend geluidstapijt te weven, tegen de backdrop van psychedelische projecties. Het Brusselse duo Capelo zorgde met hun dromerige synth-electro-pop voor één van de 'normaalste' concerten die ik ooit op een Kraak-festival zag. En wat later gingen we zelfs de clubbende trance-tour op met het Duitse blacklight-fluo-duo Paradon't. Clubben op Kraak, waar gaat de wereld naartoe ? Op het einde van de lange nacht werd de boeiendste electro-act van vandaag geserveerd met Apulati Bien, een jonge kerel die met zijn "warped out designer-drugged world with fragments of neo-juke, splatter beats and arrythmic sampling" een heerlijke mix bracht van muzikale gelaagdheid, tegendraadsheid én dansbaarheid.


Tot daar het hoofdstukje electro. Tussendoor werden ook nog meer traditionele instrumenten uit de kast gehaald. Zoals door de uit Frankrijk afkomstige en thans vanuit Brooklyn opererende celliste Leila Bordreuil, die met haar instrument geen klassieke toonladders beklimt maar wel diverse soundscapes bijeen strijkt, gaande van breekbare ijlheid tot hardere noise. De drie gemaskerde free jazz-Portugezen van Zarabatana leken met hun lange mantra een roedel woudgeesten te willen oproepen, doch wisten bij mij enkel een geeuw teweeg te brengen. Dan genoot ik meer van de rommelige crap wave en schreeuwerige pamflet-lyrics van het Brusselse trio Lemones (foto), die temidden van het publiek hun ding deden. Een opvallend drumstel en zelfgemaakte (hals-loze) snaarinstrumenten maakten het ook visueel interessant.


Elk jaar is er tijdens het Kraak-festival wel minstens één act die eruit springt. Dit jaar was dat voor mij zonder enige twijfel het uit Glasgow afkomstige trio Still House Plants. Met David Kennedy op drums, Finlay Clark op gitaar (foto) en met de stem van Jessica Hickie-Kallenbach. Niet gehinderd (of geholpen) door technische scholing maar met de open blik van art school als achtergrond, bracht het trio een onweerstaanbaar charmant rammelende versie van experimentele rock en jazz. De interactie tussen de drie jongelui was heerlijk fris, hun glimlach en spelplezier ontwapenend, de muziek bijna onschuldig, naïef en onbezoedeld, maar tegelijk dwars en prikkelend. Experiment zonder topzware pretentie, kunst zonder depressie. Heerlijk !